Je bevindt je hier: Home / Blogs / Blog / Toetsen: meten is weten of mag het een onsje minder?

Toetsen: meten is weten of mag het een onsje minder?

Kirsten OnderwaaterOp het moment dat ik deze blog schrijf, wordt op alle basisscholen in heel Nederland een gecertificeerde eindtoets afgenomen. Deze toets wordt in de volksmond Citotoets genoemd, aangezien het Cito-aandeel aanzienlijk is. Er is veel te doen over de toetsen en met name de eindtoets. Regelmatig lees ik negatieve reacties of berichten. Wat is dat toch voor donkere wolk die boven het toetsen hangt? Waarom zoveel negatief gedoe en aandacht rondom het toetsen? Er zal toch wel iets goed zijn aan de hoeveelheid toetsen die we afnemen bij jonge kinderen? Is het niet juist een heel goede voorbereiding op een prestatiegerichte maatschappij? Ondersteunen de (hoeveelheid) toetsen niet juist het onderwijs? Of zit er toch iets verstandigs in alle kritiek? Hechten we te veel waarde aan het toetsen en de uitkomst daarvan? Zouden we als leraren en ouders iets minder ‘braaf’ moeten zijn en met iets minder ego naar andere onderwijssystemen moeten kijken en daarvan willen leren? Of laten we eens helemaal gek doen en kinderen zelf vragen hoe zij het zouden willen?

Mijn eigen ervaringen met toetsen heb ik vanuit verschillende standpunten opgedaan. In 1987 heb ik zelf in groep 8 de Cito-eindtoets gehad. Ik herinner me dat ik het vooral leuk vond dat ik een eigen boekje met vragen kreeg om te beantwoorden. En verder voelden we ons als groep bijzonder groot en interessant (in die tijd werd er nog niet de hele basisschooltijd getoetst). En een klein beetje spannend was het wel. Ik scoorde volgens verwachting en mijn leerkracht had een realistisch beeld van mij waarop hij zijn advies voor de middelbare school baseerde. Bij mijn klasgenootjes was dat (naar mijn weten) ook zo. Geen verrassingen.

In 2001 stond ik zelf voor de klas en moest ik mijn kleutergroep de kleutertoetsen afnemen. Ik zie de kindjes nog zitten in de gymzaal van school. De bankjes moesten in examenopstelling staan. En ook al brachten mijn collega en ik het als een ‘leuk spelletjesboekje’, de spanning bij de kinderen was pijnlijk voelbaar. Het voelde voor mijn collega en mij niet oké.

Mijn derde ervaring is die als ouder. Onze drie dochters zijn en worden regelmatig getoetst. En los van wat wij er als ouders van vinden is onze ervaring, vinden wij, best bijzonder. Zo kwam onze dochter een keer thuis met het verhaal dat ‘je hersenen echt sneller en beter werken op een kauwgummetje’. Dat had de juf verteld, toen ze alle kinderen vlak voor de toets kauwgom had gegeven. Dat deed ze voorafgaand aan elke toets. Verder hebben we ooit een tienminutengesprek voor onze middelste dochter gehad, waarbij we alleen de Citoscores te zien kregen en de juf vertelde wat er niet goed ging en wat we daaraan moesten gaan doen. Ondertussen tikte een grote Time Timer op een digibord de minuten weg. Niks tienminutengesprek, het was een toetsenmonoloog (en een slechte ook).

Meten is WETEN. Maar wát willen we weten van kinderen? Willen we weten of ze collectief op hetzelfde moment in de tijd antwoord kunnen geven op de vraag hoe je ‘trottoir’ schrijft? Of willen we van ze weten of ze in Word de spellingcontrole kunnen vinden? Of ze (online) een woordenboek kunnen vinden en ermee om weten te gaan. Misschien willen we wel weten of ze het synoniem van het woord ‘trottoir’ kennen en ze dus gewoon het woord ‘stoep’ kunnen gebruiken (minder kans op schrijffouten)?

Als juf vind ik het misschien wel belangrijker om te weten waar de interesses van mijn kinderen liggen. Wat motiveert dit kind? Hoe leert dit kind? Is het een denker? Of een doener? Waar liggen de interesses? Als ik die weet kan ik aansluiten bij de belevingswereld van het kind. Dit soort vragen laten zich minder goed collectief toetsen. En moet ik dit willen toetsen? Antwoord op deze vragen krijg ik uit het opbouwen van een goede relatie met mijn leerlingen. Het kijken en luisteren naar ze. Met ze in gesprek gaan. Of even een potje met ze voetballen.

Ik sta met mijn drie dochters naar de grond te staren. Op de grond ligt een dode merel. Mijn jongste huilt hartverscheurend. Ze heeft de hoop nog niet opgegeven en probeert de merel uit alle macht weer tot leven te wekken. Ze vraagt zich diepbedroefd af wie de papa en mama van dit lieve, kleine mereltje zijn. Misschien vliegen ze hierboven wel ergens zenuwachtig en bezorgd rond op zoek naar hun kindje. En of we ze niet even moeten waarschuwen? Mijn oudste tuurt aandachtig naar het beestje. Zegt tegen mij dat ze eigenlijk wel even binnen in de merel wil kijken. Hoe de botjes eruitzien. Hoeveel het er zijn, vindt ze ook interessant. Het valt haar op dat het pootje niet goed ligt. En de oogjes zijn gesloten. ‘Zou het een mannetje of een vrouwtje zijn, mama?’ En onze middelste? Zij danst door de tuin. Ze lijkt iets te zoeken. Al huppelend neuriet ze een wat melancholisch liedje. Ze klimt even snel in een boom om wat takjes te plukken en plukt op de grond bloemetjes. Als ze terug bij het mereltje komt, heeft ze een alleraardigst boeketje gefröbeld. Voor de begrafenis.

Onze drie prachtige én o, zo verschillende dochters. Ook zij worden continu langs de meetlat van toetsen gelegd. Is Meten echt Weten of wordt het tijd dat we met z’n allen genoegen nemen met een onsje minder toetsen?

Geplaatst op 11 mei 2015

Bekijk hier het complete blogoverzicht

Twitter Feed

Uitgeverij_Pica 2 praktische en inspirerende kaartensets ontwikkelde @tekenjegesprek namelijk: Wat voel je? Wat denk je?… twitter.com/i/web/status/1…

10 uur geleden via Hootsuite Inc. • 2 retweets

Uitgeverij_Pica Vanochtend kreeg ik de Persoonlijke #Ouderschapsbelofte van het sprankelende team van @Meerpunt Bedankt Stephanie,… twitter.com/i/web/status/1…

17 uur geleden via Twitter for iPhone

Contact

  • Postbus 365, 1270 AJ, Huizen 
  • T +31  (0)35 542 95 48 

Winkelwagen

 x 
Totaal: 0.00
Je winkelwagen is leeg

Onze website maakt gebruik van cookies. Door deze melding te sluiten of door te gaan met surfen ga je akkoord met het gebruik van cookies.