Je bevindt je hier: Home / Blogs / Blog / Waarom mensen elkaar (niet) vergeten

Waarom mensen elkaar (niet) vergeten

Kobe VanroyNa een warme zomervakantie stond mijn zoontje te popelen om weer naar school te gaan. Weer spelen met zijn vriendjes, de juf vertellen over alle avonturen, een nieuwe schooltas en een lunchtrommel … Hij had al een paar keer ’s avonds een tijdje wakker gelegen van al die opwindende vooruitzichten. We probeerden dan ook langzaam de dagelijkse routine van het schoolleven te integreren in onze vakantiestructuur. Niet de hele dag in pyjama rondhuppelen, op tijd naar bed gaan, alle boterhammetjes opeten. 

Eerder in de vakantie had ik toevallig zijn klasfoto van het voorbije schooljaar er nog eens bij gepakt. ‘Ken je alle kinderen nog?’ vroeg ik. Mijn kleuter keek me nogal nors aan. ‘Natuurlijk, papa!’ en hij begon een lijstje van 26 namen op te sommen. In de afgelopen weken had ik een aantal van die jongens en meisjes op de foto hier thuis wel gezien, omdat hij geregeld een vriendje mocht uitnodigen om te komen spelen. Al heb ik het vermoeden dat het ook de moeders van de kinderen waren die een reden zochten om samen een aperitiefje te drinken tijdens de hete zomermiddagen. Mijn aandacht was eigenlijk al verdwenen toen mijn zoontje plots stokte in zijn lijstje van 26 namen. Zijn kleine vinger stond stil bij een blond jongenshoofdje op de foto. Hij keek me vragend aan. ‘Ik weet het niet meer …’

Ik vind mezelf best een betrokken papa, maar vraag me niet om alle klasgenootjes van mijn zoontje op te sommen. Ik zou niet verder dan tien namen komen en bij de meeste weet ik zelfs geen gezicht te plaatsen. Op goed geluk ging ik mijn lijstje van de tien vaakst gehoorde namen in het voorbije schooljaar af: ‘Is het Alex? Tom? Paul ...?’ Telkens schudde hij zijn hoofd. Ik was snel klaar met mijn lijstje en begon daarom maar lukraak namen te verzinnen, maar het baatte niet. Het blonde jongenshoofdje bleef anoniem.

‘Hoe kan dat nu, papa, dat ik niet meer weet hoe hij heet?’ vroeg hij zichtbaar aangedaan. ‘Het is al een tijdje geleden dat je hem zag,’ verklaarde ik. ‘Het gebeurt dan wel eens dat je iemands naam vergeet. Misschien speelde je ook niet zo vaak met hem tijdens de pauzes?’ Ik zag hoe zijn ogen bleven staren naar de klasfoto en kon bijna horen hoe zijn kleine kopje gepijnigd werd, op zoek naar die ene naam. Hij zuchtte. ‘Straks weet je het misschien wel weer,’ troostte ik terwijl ik zijn blokkendoos ter afleiding uit de kast haalde. En al vlug zaten vader en zoon een kasteel te bouwen.

Tien verhalen duurde het. Tien verhalen over ridders, draken, prinsessen en tovenaars speelden we na voordat mijn zoontje het vroeg: ‘Ga je mij ook vergeten als je me een tijdje niet meer ziet?’ Het gebeurt weleens dat ik door files of een drukke agenda na bedtijd thuiskom of zelfs een paar dagen van huis ben. Het begrip ‘weekendpapa’ is tot mijn spijt misschien wel op mij van toepassing.

‘Natuurlijk niet!’ antwoordde ik stellig. De jongen keek niet bepaald overtuigd. ‘Hoe weet je dat dan zo zeker?’ Ik zocht naar eenvoudige woorden om een complex gevoel uit te leggen. Iets dat ‘ik hou zielsveel van je’ en ‘je bent onvervangbaar’ kon verbinden met ‘het maakt niet uit hoe lang ik je niet zie’ en ‘waar ook ter wereld ik ben’. Iets dat hem doet begrijpen dat mensen die elkaars hart hebben geraakt, nooit vergeten worden. Wat er ook gebeurt.

‘Een stukje van jou zit diep vanbinnen,’ begon ik. Hij keek even of hij al zijn vingers nog had. ‘Hier én hier.’ Mijn vinger gleed van mijn borstkas naar mijn hoofd. ‘In dat stukje zitten honderdduizend-miljoen-en-tien dingen die we samen gedaan hebben.’ Vol ontzag staarde hij me aan. Wanneer het grootste getal dat hij kent in een zin opduikt, beseft hij dat het om geen kleinigheid gaat. ‘Al die dingen kleven aan elkaar met knuffels en kusjes. Die kunnen er nooit meer allemaal uit.’ Ik zag hoe het ontzag in zijn gezichtje een kleine glimlach werd en dacht heel even dat mijn uitleg opluchting had gebracht in al zijn kleuterzorgen. Maar het was een andere zorg die verdwenen was door mijn woorden.

‘Rob! Het is Rob op de foto!’ riep hij plots. ‘Rob zei dat honderdduizend-miljoen-en-tien niet bestaat! Maar dat is niet waar, hè papa? Wanneer school weer begint, zal ik het hem weleens zeggen: honderdduizend-miljoen-en-tien, dat zit hier én hier!’ Ik nam zijn vinger die zonet van zijn buik naar zijn koppie ging vast en gaf hem een zoen.
‘Nu kleeft het nóg wat harder aan elkaar!’

 

Geplaatst op 23 augustus 2018

Lees hier alle blogs van Kobe >>

 

Contact

  • Postbus 365, 1270 AJ, Huizen 
  • T +31  (0)35 542 95 48 

Winkelwagen

 x 
Totaal: 0.00
Je winkelwagen is leeg