Je bevindt je hier: Home / Blogs / Blog / Het ijzer van inclusie

Het ijzer van inclusie

Maarten Tromp

Het ijzer van inclusie wordt warmer en warmer. Op sommige plaatsen in het onderwijs, vooral in het primair onderwijs, kun je gerust stellen dat het zelfs al heet is. En ijzer moet je smeden als het heet is. Als het nog niet heet is, is het tijd het vuur wat op te stoken. Inclusief onderwijs zou wat mij betreft namelijk de norm moeten zijn in Nederland, ons rijke en welvarende landje. Ik geloof erin dat we die norm ook gaan bereiken, al zal dit nog wel een aantal jaren duren. 

Niet alleen in het onderwijs is inclusie aan de orde. Sterker nog, in de zorg en het bedrijfsleven gaat het al veel langer over inclusie. Het onderwijs liep wat dat betreft nog in de achterhoede. Niet gek dus dat we nu tempo maken en moeten maken.

Er zijn veel verschillende beelden over wat inclusief onderwijs zou moeten inhouden. Het ultieme doel van inclusief onderwijs – de utopie, zullen velen zeggen – is dat er geen enkel kind meer wordt uitgesloten. Alle kinderen krijgen een eerlijke kans op regulier onderwijs samen met hun leeftijdsgenoten. 

De ontwikkelingen van passend onderwijs – dat overigens in mijn visie na vijf jaar feitelijk nog maar in de kinderschoenen staat en daarom nog lang niet goed beoordeeld kan worden in termen als ‘geslaagd’ of ‘mislukt’ – brengen inclusief onderwijs op veel scholen dichterbij. Met de juiste hulp ervaren veel scholen, ouders en kinderen dat er vaak veel meer mogelijk is dan eerder werd verondersteld. Die ervaringen zijn goed voor de ontwikkeling van inclusief onderwijs. 

 Maar als directeur van een basisschool zie ik ook waar er nog geworsteld wordt. Die worsteling is deels verklaarbaar vanuit het feit dat passend onderwijs scholen en schoolbesturen nieuwe verantwoordelijkheden heeft gegeven (zorgplicht). Voor een ander deel is het verklaarbaar, omdat transities altijd gepaard gaan met onrust, paniek soms, verwarring en boosheid. Hier hoeven we niet voor weg te lopen. Ook is het zinloos deze dynamiek te ontkennen. Het hoort onherroepelijk bij de fase die we als onderwijsveld zijn ingegaan. Het vergt een visie met vertrouwen in onze veerkracht. Een optimistische grondhouding jegens kwetsbare kinderen. En de wil om beter te worden in de begeleiding van leerlingen op maat en vast te houden aan wat er al geleerd is. 

Er zijn scholen in Nederland die het op hun gevel durven plaatsen: ‘Onze school staat voor inclusief onderwijs’. Hulde aan deze pioniers! Er gaat een krachtig signaal van uit. 

Maar is het niet naïef? Misschien een beetje. Want als je nadenkt over inclusief onderwijs, stuit je al snel op de casussen waarin het niet lukte of niet lukken zal. Er zijn kinderen die zoveel hulp en zorg vragen, dat we zeggen: ‘Dat zien we niet gebeuren op onze school.’ Zo werkt het altijd in een veranderend landschap. De eerdergenoemde effecten die horen bij een transitie worden zichtbaar. Daarbij is het een eerlijke reflectie te bedenken dat elk ideaal onder druk staat door de grenzen van de realiteit. Maar om dan maar het ideaal van inclusief onderwijs of een inclusieve maatschappij los te laten of de ogen te sluiten voor dit punt, is volgens mij geen antwoord. Je bent zo inclusief als je wilt zijn. 

Er zijn scholen in Nederland die het op hun gevel durven te plaatsen: ‘Onze school staat voor inclusief onderwijs.’ Hulde aan deze pioniers!

Inclusief zijn of meer inclusief worden is voor velen een persoonlijk proces. Geen wonder dat professionals en vrijwilligers die strijden voor inclusie als mensenrecht vaak iemand in de nabije omgeving hebben voor wie inclusie nog ver te zoeken is of was. Inclusie is evenmin een einddoel. Het is een andere manier van denken over kinderen, over wat een school en een maatschappij zouden moeten zijn. Hoe meer inclusie ergens zichtbaar is, hoe groter de toewijding van mensen om hier een succes van te maken. ‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt.’

Inclusie is het verhaal van mensen. De ervaring van opgenomen zijn in de groep. Het relaas van erbij horen of erbuiten staan. Ik spreek de hoop uit dat we steeds meer gaan denken en werken vanuit een inclusieve grondhouding. Je kunt ijzer niet met handen breken. We kunnen het wel samen heet maken. Om uiteindelijk te kunnen smeden. Al was het maar, omdat je er zelf ook bij mag horen.

Inclusie is het verhaal van mensen. De ervaring van opgenomen zijn in de groep. Het relaas van erbij horen of erbuiten staan.

 

 

Gepubliceerd op 23 juni 2020

 

Verschenen bij Uitgeverij Pica:

     gelijke kansen lr

 

 

In dit blog geef ik drie redenen om vooral wél het basisonderwijs in te gaan. Berichten over het lerarentekort, al dan niet genoeg geld voor salarissen en de hoge werkdruk in het basisonderwijs dreigen de prachtige kanten van ons vak onder te sneeuwen. Dit blog is voor wie wel eens droomt van een overstap. Omdat kinderen je boeien, omdat ontwikkeling je energie geeft of omdat je misschien naar een nieuwe betekenis in je werk zoekt.

 

Je bent goudzoeker

Wie voor de klas staat, oefent een ambacht uit. Een echt vak. Uitleggen van sommen en begrippen, vertellen van verhalen; het is een kunst op zich. Je rekenblokjes liggen klaar om de uitleg van de vorige dag concreet te maken. Voor de kinderen die wat meer oefening nodig hebben, liggen de bladen klaar, ze kunnen verder. Aan je instructietafel geef je een extra impuls aan leerlingen die dat nodig hebben. De kunst van een goede uitleg geeft al voldoening op zich. Maar let op de ogen van kinderen als ze het begrijpen! Die aha-erlebnis, voor het eerst beschreven door Karl Bühler (1879-1963) is telkens weer een gouden momentje. Je voelt je ’s avonds als een goudzoeker die zijn opbrengst na een dag van geduldig zoeken en zeven bekijkt. Je bent echt verrijkt.

 

Dynamiek en teamwork

Een dag met je groep betekent een dag communiceren. De hele dag is er interactie. Daar moet je tegen kunnen. Daar moet je zelfs van houden. Vanaf het moment dat de kinderen binnenkomen (‘Welkom!’) tot het moment dat ze je klas weer verlaten (‘Tot morgen, mees’ of ‘Doeg, juf’). Je schakelt van groepsniveau naar individueel niveau. Zo’n dag is niet te voorspellen. Kinderen interacteren met elkaar en met jou. Als leerkracht heb je invloed op die interactie en telkens speel je in op de situatie die zich voordoet. De dynamiek van een dag kost energie en geeft energie. Bij je beroep hoort spontaniteit. Iedere dag leer je wat bij en je wordt voortdurend uitgedaagd. Hoe reageer je op een spannende situatie? Wanneer en hoe lang laat je kinderen zelf oefenen in het omgaan met elkaar? Wanneer grijp je in? En hoe dan? Iedere dag brengt zijn eigen kansen met zich mee. En als je het even niet meer ziet? Dan staat er een team met ervaren collega’s om je heen, die graag met je meedenken. Je deelt immers het mooie vak met hen. En ze helpen je graag. Dynamiek en teamwork dus.

 

Twintig tot vijftig jaar?

Het kan zomaar: dat je op het leven van kinderen zo’n grote impact hebt, dat ze je de komende decennia blijven herinneren. Dat ze terugdenken aan je warmte, je lach, het vertrouwen dat je uitstraalde. Een gouden moment; jouw ontdekking en erkenning van hun talent. Het werken met kinderen is zo betekenisvol. Denk zelf maar eens terug aan je schooltijd. Aan die juf of meester, die ene misschien, die het verschil voor je maakte. Ze hebben je gevormd. Het waren vakmensen, boordevol liefde voor uitleg en talenten en dagelijks op zoek naar fijne momenten in de groep. Maar misschien was wel het belangrijkst, dat het een professional was die werkelijk iets gaf voor jouw ontwikkeling.

 

Dit kun jij ook zijn.

 

Denk er nog maar eens over na. Voel in je hart: zit die liefde daar? Bel een school. Ga in gesprek. En laat je inspireren. We hebben je heel hard nodig.

Contact

  • Postbus 365, 1270 AJ, Huizen 
  • T +31  (0)35 542 95 48 

Winkelwagen

 x 
Totaal: 0.00
Je winkelwagen is leeg