Je bevindt je hier: Home / Recensies / Recensie Waar komt dat gedrag vandaan

Recensie Waar komt dat gedrag vandaan

gedrag-vandaanHandvatten voor de leerkrachten


Dit boek is een vertaling van het boek Why Johnny doesn’t behave? waarover wij al eerder schreven. Met twintig goed uitvoerbare tips wordt aangegeven hoe de sfeer in de klas te verbeteren is door het gedrag van een leerling op een positieve manier te beïnvloeden. De auteurs gaan er daarbij van uit dat de tips bruikbaar zijn voor alle kinderen, maar dat er voor kinderen met gedragsproblemen mogelijk meer gestructureerd mee moet worden omgegaan. In dat geval kunnen functionele gedragsanalyses en gedragsinterventieplannen goede diensten bewijzen. Deze onderwerpen komen in de volgende hoofdstukken aan bod. De auteurs benadrukken de noodzaak van deze specifieke handelingsplannen. Net zoals er werkplannen of handelingsplannen worden gemaakt voor het leren van de schoolse vaardigheden moet er volgend hun systematisch gewerkt worden aan het trainen van positief gedrag. Want waarom zou een leraar wel geduld kunnen opbrengen om een leerling voor de zoveelste maal het rekenen uit te leggen en een leerling de gang op sturen als het niet snel genoeg de gedragsregels toepast? Het boek geeft handvatten voor de leerkrachten om minder vanuit vermoedens en aannames te werken, en het gedrag vanuit objectieve metingen te beschrijven en aan te pakken.

Bron: Balans Magazine


Een zeer praktisch boek!


Dr. Barbara Bateman is een internationale bekendheid op het gebied van het speciaal onderwijs. Zij heeft een brede ervaring binnen het onderwijs. Daarnaast heeft zij onderzoek gedaan naar hoe gedrag beoordeeld moet worden, mensen met leerstoornissen, visuele en verstandelijke handicaps en ten aanzien van effectief onderwijs aan kinderen met een handicap. Op dit moment is zij werkzaam als adviseur in een particuliere praktijk.
Dr. Annemieke Golly heeft ruime ervaring als leerkracht binnen het speciaal onderwijs. Zij is met name gespecialiseerd in preventieve interventie, gedragsmanagement en orde houden in school en klas. Momenteel werkt ze als onderwijsmedewerker aan het Institute on Violence and Destructive Behavior aan de universiteit van Oregon.
Samen schreven zij het het boek Waar komt dat gedrag vandaan? Het boek opent met:
- Korte inleiding
- Hoofdstuk 1 Schep een positieve omgeving voor alle leerlingen
- Hoofdstuk 2 Gedragsfunctieanalyses en gedragsinterventiestrategieën (gebaseerd op het GGG-schema)
- Hoofdstuk 3 Het meten van vorderingen in gedrag
- Hoofdstuk 4 Basisplannen
- Slot

Het boek is handzaam en heeft 124 pagina’s. Hoofdstuk 1 bestaat uit twintig tips/adviezen gericht op het creëren van een positieve leeromgeving (preventief). Enkele voorbeelden zijn: Stel duidelijke regels voor in de klas, Vermijd een machtsstrijd!, Leer je leerlingen kennen et cetera.
In hoofdstuk 2 worden enkele suggesties gedaan voor de analyse van gedrag en mogelijk interventies. Wanneer interventies zijn bedacht en uitgevoerd, moet geïnventariseerd worden of effect heeft gehad.
In hoofdstuk 3 wordt gesproken over de meetbaarheid van (doel)gedrag. In het laatste hoofdstuk worden drie basisplannen beschreven. Het boek geeft handvatten voor leerkrachten bij de begeleiding van leerlingen met problematisch gedrag. Het gaat uit van meetbaar doelgedrag en haalbare doelstellingen. In het boek worden verschillende ervaringen en situaties (zowel onderbouw, bovenbouw als voortgezet onderwijs) beschreven, die de schrijvers zelf hebben meegemaakt. De basis van het boek is het doorzien van gedrag: waarom doet een leerling iets, welke functie heeft het gedrag en wat wil de leerling ermee bereiken?
Ik raad dit boek aan aan leerkrachten, intern en ambulant begeleiders, zorgcoördinatoren en andere mensen die werken met kinderen binnen het regulier en speciaal onderwijs. Het boek kan onder andere gebruikt worden bij het opstellen van een handelingsplan. Daarnaast zijn de adviezen en tips direct toepasbaar in de praktijk en kunnen ze helpen bij de reflectie op eigen gedrag. Met andere woorden: een zeer praktisch boek!

Bron: Landelijke Beroepsvereniging Intern Begeleiders

 

Vergroot het competentiegevoel en werkplezier


Als word gevraagd wat een van de belangrijkste vaardigheden van een leraar zijn, luidt het antwoord vaak: ‘Het pedagogische handelen’. Veel in de school en groep hangt af van het omgaan met gedrag. De maatschappij verandert en daardoor ook de gedragsnormen en gedragsregels, waardoor je als leraar over een ander repertoire moet kunnen beschikken om met plezier en succes onderwijs te geven. Hierbij zijn een positieve sfeer en gepast gedrag in de groep essentieel. Iedere dag doen zich leuke en mooie momenten voor, en gedragen leerlingen zich precies zoals jij het wilt. Maar als je regelmatig in een machtsstrijd verwikkeld raakt, wordt tegengesproken, leerlingen de les verstoren of geen respect voor je hebben, dan is lesgeven helemaal niet zo leuk en bevredigend. Het in de hand houden van gedrag is dan ook een belangrijke vaardigheid voor alle leraren. De basis hiervan is het doorzien van gedrag: waarom doet een kind iets, welke functie heeft zijn gedrag, wat wil hij of zij ermee bereiken?
In Waar komt dat gedrag vandaan? worden twintig tips gegeven voor leraren, waardoor zij minder handelingsverlegen zijn, competenter kunnen handelen, professioneler en proactiever. Een ander effect is dat leraren minder vanuit vermoedens en aannames gaan werken, maar het gedrag vanuit objectieve metingen kunnen gaan beschrijven. Aan de hand van gedragsfunctieanalyses (GFA’s) en gedragsinterventiestrategieen (GIS’en) wordt geprobeerd het ongewenste gedrag om te buigen naar gewenst gedrag.
Een gedragsinterventiestrategie, een GIS – een gestructureerd geheel van interventies om het gedrag van een kind te veranderen – moet gebaseerd zijn op een objectieve beoordeling van dat gedrag en niet op intuïtie van een leraar of iemand anders. Zo’n beoordeling noemen we een gedragsfuntieanalyse, een GFA. ‘Functioneel’ betekent in dit verband: wat is voor het kind de functie van zijn of haar ongewenste gedrag? Gewoonlijk wil het kind met het gedrag iets krijgen of iets vermijden. De kern van GFA en GIS is het GGG-schema, dat geheel van Gebeurtenis, Gedrag en Gevolg.
Bent u nieuwsgierig geworden naar hoe u het competentiegevoel van u zelf en uw leerlingen kunt laten groeien en daarmee het werkplezier en het plezier op school kunt vergroten? Lees dan dit boek.

Bron: Tijdschrift voor Remedial Teaching


 
Ook toepasbaar bij handelingsgericht werken


Goed kunnen omgaan met het gedrag van leerlingen in de klas is een basisvaardigheid voor elke leerkracht. Hiervoor moet hij de functie van dat gedrag doorzien. De leerkracht moet weten waarom een leerling iets doet of wat hij ermee hoopt te bereiken.
In dit boek – waarvan de inhoud trouwens veel rijker is dan de titel laat vermoeden – reiken de auteurs aan leerkrachten een manier aan om het gedrag van leerlingen vanuit objectieve metingen te beschrijven en aan te pakken. Gedaan dus met het werken vanuit eigen veronderstellingen en vermoedens.

De 20 tips waarvan er in de titel sprake is, vind je terug in het eerste hoofdstuk van het boek. De basisboodschap achter al deze tips is dat de leerkracht een positieve omgeving moet scheppen voor alle leerlingen. Deze tips zijn zeer concreet en herkenbaar. Ze gaan van het stellen van duidelijke klasregels over het altijd met respect behandelen van leerlingen naar het goed op zichzelf passen als leerkracht. Elke tip krijgt van de auteurs een woordje uitleg mee. De belangrijkste zin hiervan wordt nog eens afzonderlijk weergegeven in een extra tekstkadertje.

In het tweede hoofdstuk worden de twee kernaspecten van de methodiek toegelicht, de gedragsfunctieanalyse en de gedragsinterventiestrategie. Zoals de naam het zegt, gaat de gedragsfunctieanalyse op zoek naar de functie die het gedrag voor het kind heeft. Pas als deze functie gekend is, kan men beslissen hoe men het gedrag zal aanpakken. Deze manier legt men vast in de gedragsinterventiestrategie. De kern van beide aspecten is het ABC-schema (Antecedent, Behavior, Consequence). Om gedrag (Behavior) bij te sturen zal men ofwel de gebeurtenis (Antecedent) of het gevolg (Consequence) moeten veranderen. Ook in dit deel worden de belangrijkste zinnen in een extra kadertje herhaald. Dit alles verduidelijken de auteurs aan de hand van de verhalen van zes leerlingen.

De auteurs geven in het derde hoofdstuk aan op welke manier de leerkracht de gedragsevolutie van een leerling in kaart kan brengen. De kernwoorden zijn hier ‘meetbaar’ en ‘observeerbaar’. In het vierde en laatste hoofdstuk geven ze de lezer drie basisplannen mee voor het opstellen van een gedragsinterventiestrategie. Schema’s en voorbeelden lichten dit alles toe.

Dit boek kan voor leerkrachten, zorgcoördinatoren en leerlingenbegeleiders uit het basis- en voortgezet onderwijs een heuse inspiratiebron zijn om gedragsproblemen in de klas effectief aan te pakken. Op een open en niet-betuttelende manier wordt er heel wat concrete en praktische informatie aangereikt. De voorgestelde methodieken kunnen zeker ook aangewend worden in het proces van het handelingsgericht werken.

Bron: Lieven Coppens

Contact

  • Postbus 365, 1270 AJ, Huizen 
  • T +31  (0)35 542 95 48 

Winkelwagen

 x 
Totaal: 0.00
Je winkelwagen is leeg